In de file bij de olifanten en de leeuwenrots
Door: Paul
Blijf op de hoogte en volg Paul
11 Januari 2026 | Sri Lanka, Sigiriya
10 januari
Vanmorgen om 9 uur vertrokken naar Sigiriya. Aanvankelijk was het droog, maar daarna regende het. Alles zag er nat en mistroostig uit. Dat beloofde niet veel goeds voor de rest van de dag. Maar het geluk was met ons. Toen we bij ons resort (Kuwera eco lodge) aankwamen stopte de regen en later kwam zelfs de zon nog een beetje door. Het is hier allemaal wat luxer. Ze noemen het een spa. Het is hier olifantenland. Overal om ons heen jungle en nationaal park. Op diverse plekken in de nabije omgeving hebben olifanten de hekken kapot gemaakt. De hekken bestaan uit twee stroomdraden, maar die houden de olifanten toch niet tegen. En olifanten houden ook van luxe. Gisteren heeft een olifant in het zwembad van ons resort gelegen. Jammer genoeg hebben wij het niet gezien. Daarna zijn ze lekker mais gaan eten op een veld vlakbij.
Omdat het weer opknapte hebben we besloten om olifanten te gaan spotten in het “Hurulu” nationaal park. Na de lunch werden opgepikt door onze chauffeur Arunal. Hij reed ons naar de ingang van het park. Daar hadden we een privé jeep. Arunal ging zelf ook mee. Voor we het park ingingen moesten we eerst even naar het toilet. Maar bij de vrouwenafdeling sloot net een bus vrouwen aan in de rij. Bij de mannen was je zo klaar. Twee Duitse vrouwen hadden haast en gingen bij de mannenafdeling plassen. Marianne vond dat ook een goed plan. Terwijl ik stond te wachten kwam er een Sri Lankaan aan en liep de wc in. Onthutst komt hij weer naar buiten en kijkt op het bord of hij de foute wc is ingegaan. Niet dus. Nog steeds ontdaan zegt hij tegen mij, dat er vrouwen binnen staan. Ja zeg ik ze hebben haast. Dan loopt er nog een man naar binnen, die ook meteen naar buiten komt. Zoiets hebben ze nog nooit meegemaakt. Uiteindelijk moeten ze erom lachen.
Meteen erna rijden we het park in. De weg is een grote blubberzooi met kuilen en gaten. We hobbelen het park in. Dan staan de eerste jeeps stil. Ja hoor we zien een olifanten rug boven het gras uitsteken. Gelukkig rijdt onze jeep langs de anderen. We slaan af en een stukje verderop zien we tussen de bomen een olifant staan, vlakbij de weg. De andere jeeps hebben gelukkig niets in de gaten. Dus dit is onze olifant. Hij loopt al grasetend rustig naar ons toe. Even begint hij te snuiven, maar dan steekt hij 5 meter voor ons de weg over. Dat was prachtig. We keren en gaan terug, want alleen het hoofdblubber pad is begaanbaar. Even verderop komt er weer een olifant op ons af en blijft vlakbij staan. Dit belooft wat voor de rest van de toer. Maar dan komen we in de file terecht. Wat een massa jeeps. De een rijdt nog asocialer dan de andere. Inhalen, afsnijden, 2 rijen dik op een modderpad met 2 km/u. Vooraan staan 2 jeeps rustig naar olifanten te kijken en houden alles tegen. Marianne wordt boos op degene die voordringen. Maar dat heeft geen nut. Dit hadden we ons anders voorgesteld. In ieder geval wel veel olifanten gezien. En ook nog wat vogels. Toen we op de terugweg op de openbare weg reden, zagen we diverse olifanten die de weg over wilde steken. Dus we hadden gewoon een toertje over de weg kunnen doen. Dat was veel goedkoper.
11 januari
Vanmorgen ging de wekker al om 5 uur. We waren vroeg naar bed, maar hebben allebei slecht geslapen. Waarom, geen idee. Om half zes werden we opgehaald door Arunal. Na 20 minuten arriveerden we bij de Sigiriya rots. Daar stond de gids al te wachten. Het was nog donker. Het weer was goed, bijna onbewolkt. Later zagen we van bovenaf dat de wolken over de jungle lagen. We liepen richting de rots die ineens te zien was. Een kale steile rots plompverloren uit de hemel gevallen. Hier was in de 5e eeuw na christus een welvarend koninkrijk. De gids legde ons alles uit. Van de gebouwen was weinig over. De rotstekeningen waren verwijderd door boeddhistische monniken. Zij konden niet tegen half blote vrouwen. Er was ook een ingenieus watersysteem aangelegd, zodat er het hele jaar water voorhanden was. Langzaam ging het pad met trappen omhoog. Bij de rots zelf werden de trappen steiler en de treden smaller. Omdat het de hele nacht had geregend was alles glad. Oppassen dus. Halverwege kreeg ik een hongerdip. We hadden nog geen ontbijt gehad. Op 3/4 van de beklimming had ik het gehad. Het was erg vochtig, warm (maar nog niet te erg). Het was nog steeds vroeg, maar er waren best al wel wat mensen. Ik zag ze het laatste steile stuk over ijzeren traptreden naar boven gaan, maar ook naar beneden. Vervolgens hoorden we iemand vallen. Gelukkig niet te erg. Vanaf het plateau hadden we net zo’n mooi uitzicht als boven. Dus ik besloot niet verder te gaan. Marianne bleef bij me. Vanaf het plateau konden we via een andere weg terug. In principe hebben we alles gezien behalve de top van de rots.
Daarna gingen we terug naar de lodge, maar wel via een omweg, zodat we de rots op een afstand konden zien afsteken tegen de blauwe hemel. Onderweg hebben we ook nog jakhalsen en mangoesten gezien.
Daarna hebben we ons op een massage getrakteerd en verder rustig aan gedaan. Het vakantiegevoel.
-
13 Januari 2026 - 16:06
Ruud:
Hi Marianne en Paul, leuk om jullie reis weer mee te maken. Lijkt me prachtig land, ik hoop wel dat de regen nu voorbij is
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley